Memories van Successie
toelichting op de database
  terug

De FAF/VAF heeft op verzoek van Tresoar indices op alle verfilmde memories gemaakt op naam van de overledene, waarbij verder is aangegeven de woonplaats, de overlijdensdatum en of de overledene wel of geen onroerend goed bezat.

De akten bevatten niet alleen gegevens over nagelaten onroerende goederen (ligging en eigenaren), maar ook over de erfgenamen van de overledene. In de periode 1818-1856 zijn weinig andere bronnen waarin volledige gezinnen en families voorkomen: de eerste bevolkingsregisters dateren pas van circa 1840/1850. Daarom is een aantal vrijwilligers onder leiding van de heer D.A. Zeilmaker te Harlingen eind van de vorige eeuw begonnen voor de memories uit de periode 1818-1856 de daarin voor genealogisch onderzoek voorkomende relevante gegevens van de overledene en van diens erfgenamen over te nemen.

Toelichting op de bewerking door de heer Zeilmaker
Van elke akte zijn in het index-project van FAF/VAF naast (1) het inventarisatie- en akte nummer van het betreffende kantoor, de volgende gegevens van de overledene  vermeld: (2) voornaam, (3) patroniem, (4) tussenvoegsel (5) familienaam, (6) woonplaats, (7) overlijdensdatum (dag/maand/jaar) en (8) of onroerend goed (og) is nagelaten (j/n/-/?: ja, nee, onbekend, niet te achterhalen).

Er is eventueel aangegeven of er een Certificaat van Onvermogen (CvO) is afgegeven.
Dit betekent dat de aangifte is gedaan door diakenen van een kerkelijke gemeente of door armvoogden van dorp of stad. Dit gebeurde als de overledene door hen gealimenteerd werd. Ook kan door een gemeentebestuur een Certificaat van Onvermogen afgegeven zijn als de overledene zelf onvermogend (OV) was en geen onroerende goederen bezat of omdat de erfgenamen onvermogend waren de kosten van de aangifte te kunnen betalen ofwel omdat de erfgenamen onbekend waren.

Ook staan de verdere gegevens van de overledene (leeftijd, beroep, titel etc.) en de familierelatie met nabestaanden c.q. met erfgenamen (met hun beroep en woonplaats) genoemd.
Verreweg de meeste personen zijn 'ab intestato' (zonder testament) overleden en laten bloedverwanten als 'ab intestato erfgenamen' na. Het bestaan van een testament wordt in de uitwerking impliciet aangegeven door te vermelden wie 'testamentair erfgenaam' is, wie vruchtgebruik erft of wie erfgenamen zijn van een vervallen vruchtgebruik of van een fidei commis. Ook worden als sprake is van een testament de namen van de verkrijgers van eventuele legaten en lijfrenten vermeld, met veelal de waarde daarvan.
Indien de akte is ingediend door een executeur testamentair of boedelreder dan worden ook hun personalia vermeld: in dat geval staan er geen 'handtekeningen' van de erfgenamen onder de akte. Dit laatste is ook het geval als een erfgenaam 'afwezig' is (in militaire dienst, zeevarend etc.). Andere erfgenamen doen dan voor hen aangifte, of wordt dit gedaan door 'zaakwaarnemers' of 'procuratiehouders'. De namen daarvan worden niet vermeld, evenmin als die van (arm)voogden, diakenen e.d. die voor 'onvermogende of gealimenteerde' overledenen aangifte doen.

Het eventueel geldelijk saldo van de boedel wordt beschreven. Indien successiebelasting moet worden betaald dan is in onze uitwerking het door de administratie vastgestelde saldo vermeld, hetgeen kan afwijken van het door de erfgenamen opgegeven bedrag. Hierbij kan worden opgemerkt dat in de bewerkte periode geen successierecht verschuldigd was over een saldo beneden fl. 300,- en evenmin bij verkrijging in de 'rechte lijn' (ouders, kinderen) en dat dan volstaan kon worden met vermelding van het onroerend goed, zonder daarvan de waarde aan te geven. Bij het overlijden echter van een kind, waarvan een of beide ouders eerder zijn overleden, wordt meestal de 'massale/ouderlijke' boedel beschreven en gewaardeerd teneinde het geërfde kindsdeel te kunnen bepalen. Dit betekent ook dat uit het nagelaten saldo van een overleden kind de omvang van de massale boedel van de ouders min of meer kan worden 'herleid'.

Het verschuldigde successierecht in de bewerkte periode 1818-1856 bedroeg 2% (vruchtgebruik echtgenoot), 4% (echtgenoot en bloedverwanten in 1e en 2e graad), 6% (bloedverwanten in 3e graad) en maximaal 10% (verdere bloedverwanten en 'vreemden').

Aandachtspunten/leeswijze van de records uit de database:

  • van personen in de (tekst)uitwerking wordt uitgegaan van hun relatie(s) met de overledene en diens gegevens in de kopregel.
  • in de tekst die tussen 'haakjes' () staat achter de (voor)naam van een persoon, wordt uitgegaan van de relatie(s) tot die persoon.
  • verschillende dan wel meerdere relaties worden gescheiden door een 'puntkomma' (;) en een echtpaar is 'gekoppeld' met '&'.
  • personen 'zonder tekst' achter de (voor)naam: hebben 'geen beroep of bedrijf' en wonen in de woonplaats van de overledene.
  • personen met alleen een 'beroep' hebben de woonplaats van de overledene, personen met de tekst 'idem' hebben hetzelfde beroep als eerder in de tekst voorkomt en personen met de tekst 'aldaar' hebben de woonplaats die eerder in de tekst voorkomt.
  • van getrouwde vrouwen wordt (bijna) altijd de naam van de echtgenoot vermeld; alle andere vrouwen zijn ongehuwd.

Bron: D.A. Zeilmaker. Inleiding op de bewerkingen van de Memories van Successie.

  terug