Het successierecht is zonder meer de belangrijkste fiscale bron om inzicht te
krijgen in de vermogenspositie van onze voorouders. In feite veranderde er met
het nieuwe stelsel in 1806 niet eens zoveel, want nog lange tijd zou vererving
van ouders op kinderen onbelast blijven. Voor de negentiende eeuw is het nodig
om onderscheid naar perioden te maken, omdat de wetgeving in 1818 belangrijke
veranderingen teweeg bracht.
1806-1817
De bepaling van de hoogte van de
successierechten vond plaats op grond van een wet van 4 oktober 1805 door
taxateurs (‘gequalificeerden’), meestal leden van het plaatselijke bestuur. De
invordering vond plaats door ontvangers. De gekwalificeerden en ontvangers
hielden natuurlijk administratie bij van hun verrichtingen. Ze werden
gecontroleerd door de Raad van Financiën, later achtereenvolgens door de
landdrost en de prefect. Naderhand gingen de stukken naar de minister van
Financiën. In het algemeen kunnen we stellen dat de archivalia van de
gekwalificeerden grotendeels verloren zijn gegaan en dat er van de ontvangers
veel materiaal is overgebleven.
In 1812 en 1813 golden de Franse wetten. Uit die tijd is haast niets
overgebleven. Vanaf 1814 was de ordonnantie van 1805 weer van kracht,
alleen heetten de taxateurs nu ‘regulateurs’. Verder bleef de gang van zaken
hetzelfde en dat geldt ook voor de archieven die zijn overgebleven, dus
voornamelijk die van de ontvangers.
De administratie van de ontvangers bestaat hoofdzakelijk uit rekeningen
waarin de ingevorderde belasting wordt verantwoord. Interessanter dan de
rekeningen zelf zijn de bijlagen, daarbij bevinden zich namelijk lijsten van
overledenen, boedelbeschrijvingen en gegevens over erfgenamen. De lijsten van de
overledenen uit de periode 1806-1811 vormen in Friesland de enige systematische
bron van overlijdensgegevens van vòòr de burgerlijke stand (toegang 41).
Vanaf 1818
In 1818 trad een nieuwe wet op de
successiebelasting in werking. Hiermee begon een regelmatige en goed
georganiseerde administratie van de successierechten die het, natuurlijk wel met
aanpassingen, tot ver in de twintigste eeuw heeft uitgehouden. Organisatorisch
vielen de successierechten onder de Dienst der Registratie en Domeinen, afdeling
Registratie.
Erfgenamen moesten bij elk sterfgeval binnen zes maanden
schriftelijk aangifte doen van wat de overledene had nagelaten. Vervolgens
taxeerde een inspecteur de waarde van de vermogensbestanddelen en stelde een
overzicht (‘memorie’) van baten en lasten op, om zodoende de hoogte van de
belasting te kunnen bepalen. Een memorie van successie bevat in het algemeen de
volgende gegevens: de naam van de overledene, plaats en datum van geboorte en
overlijden, burgerlijke staat, de namen van woonplaatsen van alle erfgenamen en
legatarissen en een overzicht van het bezit aan onroerende goederen, met de
kadastrale gegevens van die goederen. Indien er successierechten verschuldigd
waren moesten er ook overzichten van de andere goederen, zoals inboedel,
handelswaren, contanten, banksaldi, effecten, kortom alles van waarde opgesteld
worden. Tot 1878 gold dit alleen voor nalatenschappen in de zijlinie. Verder
kunt u uit de memorie afleiden of er een testament of huwelijkse voorwaarden
zijn geweest. U vindt dan direct de datum daarvan en de naam van de notaris die
de stukken heeft opgemaakt.
Medio 1842 heeft een 'reorganisatie'
plaatsgevonden van de 10 kantoren, waar de Memories van Successie vanaf 1818
moesten worden ingediend. De kantoren Franeker, Gorredijk en Kollum werden
opgeheven en nieuwe kantoren in Beetsterzwaag, Hardegarijp, Holwerd en
Oldeberkoop werden gevestigd. Tevens vond in 1842 een 'herverdeling' plaatst van
de gemeenten die onder de 11 resterende kantoren ressorteerden: klik
hier voor het overzicht.
Memories bij Tresoar
Tresoar beschikt over alle bewaard
gebleven memories uit de periode 1818-1927 (Toegang 42). Helaas is de materiële
staat vaak slecht. De memories zijn verfilmd en deze films staan op de
studiezaal.
Vanaf 1856 heeft de administratie zelf een index bijgehouden in
de vorm van zogenaamde 'tafels van sterfgevallen' (alfabetisch op familienaam
van de overledene). In de beginjaren 1818-1856 zijn deze tafels niet bewaard
gebleven, dan wel niet vervaardigd.
Bron: Pieter Nieuwland. Friezen gezocht. Gids voor stamboomonderzoek in
Friesland
en: D.A. Zeilmaker. Inleiding op de bewerkingen van de Memories
van Successie.