|
Leven en werk Trinus Riemersma is op 17 mei 1938 geboren in Ferwerd, een dorp in noordwest Fryslân. Hij is daar ook opgegroeid. Op de christelijke kweekschool in Dokkum haalde hij zijn onderwijzersdiploma. Als onderwijzer heeft hij gewerkt aan de basisscholen van Gau en Herbaijum. Intussen was hij begonnen met de studie Frysk MO-A, waarvoor hij in 1964 slaagde. Zijn MO-B Frysk haalde hij in 1976 en meteen daarna schreef hij zich in aan de VU in Amsterdam voor het doctoraal Frysk. In 1979 kreeg hij daar een benoeming als wetenschappelijk medewerker, met als opdracht een promotie-onderzoek naar het proza van ongeveer 1850 tot 1950. Hij schreef de dissertatie Proza van het platteland. Een onderzoek naar de normen en waarden in het grotere Friese proza van 1855 – 1945, waarop hij in 1984 promoveerde. Riemersma is tot hij met de FPU ging verbonden geweest als docent en later als hoofd aan de opleiding Frysk van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL). In 1996 nam hij afscheid van het onderwijs.
Schrijver Toen hij in Dokkum op de kweekschool zat sloot Riemersma zich aan bij de pas opgerichte Kristlik Fryske Jongerein (KFJ), een idealistische beweging die zich inzette voor het behoud en de ontwikkeling van de Friese taal. Voor het maandblad van de KFJ, De Gouden Tiid, schreef hij zo nu en dan een stukje en zette zo zijn eerste stappen op het schrijverspad. Hij experimenteerde met verhalen en gedichten; in 1962 won hij met het verhaal Minske tusken ierde en himel een Rely Jorritsmaprijs. Dat stimuleerde hem om verder te gaan. Een jaar later schreef hij zijn debuutroman Fabryk (1964). Het verschijnen van die roman veroorzaakte grote beroering in de Friese literaire wereld en riep tegengestelde reacties op. Aan de ene kant waren er de recensenten die de literaire waarde van het boek en het talent van de schrijver hoog achtten, aan de andere kant stonden recensenten die vonden dat het, door de vrijmoedige seksuele beschrijving, de verkeerde kant opging met de Friese literatuur. In 1963 was van Anne Wadman De Smearlappen verschenen, het uitgeven van die beide boeken betekende een breuk met de Friese literatuur tot dan toe. Vernieuwend was het doorbreken van seksuele taboes, de negatieve sfeer en het schrijven vanuit de eerste persoon, de ik-vorm. Voor Fabryk kwam daar nog bij dat de hoofdpersoon niet leeft in een boerenomgeving, maar dat hij fabrieksarbeider is. In 1965 verscheen een geautoriseerde Nederlandse vertaling met de titel Fabriek, die door de Hollandse recensenten positief werd ontvangen. Riemersma kreeg in 1967 voor Fabryk de hoogste literaire onderscheiding in Fryslân, namelijk de Gysbert Japicxpriis. Zijn tweede roman By de hannen om’t ôf kwam in 1965 uit, in 1966 gevolgd door de derde met de titel Minskrotten-Rotminsken : (nachtboek). De schrijver experimenteert in dat boek met wisselende vertelperspectieven, zoals verkenning van vragen over schrijverschap en schrijven. Ook dat boek riep in sommige milieus weer felle reacties op, omdat enkele passages als godslasterlijk werden opgevat. Het Friesch Dagblad verbood zijn recensent zelfs om over het boek te schrijven. Het verschijnen van dat boek was er mede de aanleiding van dat het tot een confrontatie kwam tussen Riemersma en het schoolbestuur van Gau, dat resulteerde in het ontslag van Riemersma als onderwijzer. In paar jaar later is dat ontslag weer vernietigd, een maatregel waarin ook het schoolbestuur zich wel kon vinden. Trinus Riemersma, die zich ontwikkelde als virtuoos stylist, wil zich als schrijver altijd vernieuwen. Eén van de resultaten daarvan is zijn ‘spelen’ met vertelperspectief. Dat komt duidelijk naar voren in de roman De hite simmer (1968). Hoofdpersoon is de ‘wilde’ meid Evelyn Tysling uit het dorp Blauwier, die vermoord wordt gevonden. Het verhaal wordt verteld in drie lagen: het mannelijk-hemelse, het vrouwelijk-aardse en het onzijdig-onderaardse. De drie verhalen zijn ook typografisch verschillend verdeeld over de bladzijden en kunnen zo ook op elk niveau apart worden gelezen. De thema’s in het boek, de situatie van een buitenstaander in een kleine dorpsgemeenschap, protest tegen de dorpsmoraal en intolerantie, heeft Riemersma zelf in zijn leven ondervonden. Riemersma was in die jaren als schrijver zeer productief, ieder jaar kwam hij met een nieuwe publicatie, maar na het verschijnen van De skjintme vurt ferbwolgwodde lukte het niet meer. Over de beide in 1974 verschenen romans Jest yn ‘e Ardinnen en Myksomatoze was hij zelf niet tevreden en hij kreeg te maken met een, zoals hij dat zelf noemde, ‘writersblock’. In de jaren zeventig experimenteerde Riemersma met een eigen, fonetische spelling. Hij heeft enkele boeken in zijn eigen spelling laten uitgeven. De Reade Bwarre was de laatste, maar het bleek dat veel lezers zijn boeken daardoor moeilijker leesbaar vonden en ze daarom lieten liggen. Riemersma is later weer overgestapt op de ‘gewone’ Friese spelling.
Tien jaar lang, tussen 1981 en 1992, lukte het Trinus Riemersma niet scheppend proza te schrijven en dacht hij zelf dat zijn creatief vermogen was afgenomen. Toen las hij De Wuttelhaven del (1989) van Steven de Jong en van dat boek, dat grote indruk op hem maakte, kreeg hij zelfs weer aandrang om de pen opnieuw weer op te pakken. Hij haalde het manuscript van De Reade Bwarre, dat al voor een groot gedeelte klaar was, uit de kast, zette de tekst op diskette en schreef de roman af. Het uitkomen van de Reade Bwarre kan gezien worden als een verbinding tussen zijn eerste en zijn tweede schrijfperiode omdat hij al veel eerder met het schrijven van de roman was begonnen. In de dikke (500 pagina’s) roman zitten drie verhaallijnen: die van de Modderklauers, een tuindersgezin in Ferwerd, die van Tilly, een Friese schrijver die in het late voorjaar van 1938 in Ferwerd is geboren (alter-ego van Riemersma zelf) en die van de Bwarristen, een religieuze stroming die in de tweede helft van de vijftiende eeuw is gesticht door de rode kater Boldgrim (staat model voor het christendom). Daarnaast speelt ook de Fryske Beweging, zoals die zich in het begin van de twintigste eeuw openbaarde, een belangrijke rol in zijn boek. Voor het boek, dat wordt beschouwd als een van de belangrijkste uitgaven in de Friese literatuur van de twintigste eeuw, kreeg Riemersma in 1995 de Gysbert Japicx-priis (zijn tweede). Een jaar later raakte Riemersma zijn werk bij de NHL kwijt, daarna kon hij zich geheel aan de literatuur wijden. Het was het begin van een tweede, productieve periode. In 1998 schreef hij tijdens zijn vakantie in Frankrijk het boekenweekgeschenk Bretagne libre! Veel lastiger om te schrijven vond hij Toate-los, dat onder de schrijversnaam Tryns-Ryms in datzelfde jaar verscheen. In dat boek verwerkte hij een idee, dat hij al veel langer in zijn hoofd had, namelijk het schrijven van een verhaal in een simpele taal zoals het Pidgin. Drie boeken van Trinus Riemersma zijn vertaald in het Nederlands. De eerste twee door Rudi Boltendal, toen redacteur bij de Friese Koerier. Fabriek (Fabryk) kwam als eerste uit in 1965, daarna De verwoesting van Leeuwarden (Minskrotten – Rotminsken) en in 2002 werd Na de klap (Nei de klap) uitgebracht. Bespreking en aandacht voor zijn boeken buiten Fryslân was goed, al hield de verkoop niet over. Riemersma is met name bekend als prozaïst, voor zijn dichtwerk heeft hij veel minder aandacht gekregen. Zijn eerste verzen zijn opgenomen achterin de roman De hite simmer (1968), tussen 1970 en 1973 kwam hij met drie dichtbundels: Riemersma II (1970), Roazen ferwylje (1972), en Teksten fwar ien hear (1973). Net zoals dat het geval is met zijn proza, wordt ook zijn poëzie doorgaans hoog aangeslagen door de recensenten. Cornelis van der Wal constateert in zijn bespreking van de verzamelbundel (Hjir, maart 1998, ‘Riemersma as dichter’) dat de gedichten van Riemersma voor het grootste deel zo’n niveau hebben, dat een derde Gysbert Japicxprijs op zijn plaats zou zijn. Riemersma dicht over realistische onderwerpen die dicht bij hem zelf staan, zoals zijn familie, zijn liefdes, Fryslân en over de dood. In de verzamelbundel Argewaasje fûn – argewaasje jûn (1996), zijn alle gedichten opgenomen die tot dan toe van hem zijn verschenen. Bij veel krantenlezers is Riemersma bekend geworden met zijn columns; hij begon daarmee in het eerdere blad Frysk en Frij, totdat dat ophield te bestaan (1997). Toen schreef hij een poos voor Trotwaer tot de Leeuwarder Courant hem vroeg om bijdragen voor deze krant te schrijven in de vorm van een column. In zijn column geeft hij met scherpe pen zijn ergernis over politieke en maatschappelijke misstanden weer. Trinus Riemersma is redacteur geweest van de literaire tijdschriften De Tsjerne en Trotwaer en hij richtte in 1983 zijn eigen tijdschrift De Kul op. Hij heeft dit blad een aantal jaren, tot 1985, als eenmanstijdschrift uitgegeven. Naast fictie heeft Riemersma ook tal van essays, literatuur-theoretische en taalkundige artikelen en publicaties op zijn naam staan.
Uitgever De boeken van Trinus Riemersma werden voor het grootste deel uitgegeven door de Koperative Utjouwerij (KU) in Bolsward, opgericht in 1970 door een groep schrijvers die ontevreden waren over hun eigen uitgevers. Riemersma heeft vele jaren, als vrijwilliger, veel werk verzet bij de uitgaven van de KU. Door een conflict zegde hij zijn lidmaatschap bij de uitgeverij op en nam zich voor om voortaan zijn boeken in eigen beheer uit te geven. Toen een poos later schrijver Josse de Haan ook vertrok bij de KU, besloten de beide heren zelf een uitgeverij te beginnen. Zij noemden hun uitgeverij Venus, maart 2003 gingen zij van start. De eerste vier uitgaven van de nieuwe uitgeverij werden eind augustus gepresenteerd, waaronder het filmscenario Healwize oanslaggen van Riemersma zelf.
Lijst van belangrijkste werk: Romans: 1964 : Fabryk (5de pr. 1976, 6e pr. 1995 wer útbrocht yn de rige Fryske klassiken, mei in ynlieding fan Ph. H. Breuker) 1965 : By de hannen om’t ôf 1966 : Minskrotten-Rotminsken : (nachtboek) (3e pr. 1977, 4e pr. 2008) 1967 : De moardner komt werom (detektive) 1968 : De hite simmer : in trije-slachtige roman oer it libben en de dea fan de seksbom tsjin wil en tank Evelyn Tysling en de reboelje yn it doarp Blauwier (2e pr. 1986) 1973 : De mon sûnder gesicht (detektive) 1974 : Jest yn ’e Ardinnen 1974 : Myksomatoze 1981 : De skjintme vurt ferbwólgwódde 1992 : De Reade Bwarre: romon 1998 : Bretagne libre! (Boekewikegeskink) 1998 : Toate-los 1999 : Nei de klap 2000 : Sinleas geweld 2003 : Healwize oanslaggen : filmsenario 2001 : Tinzen oer it Libben en oer de Dea (ûnder ps. Jelke Bos) 2004 : De nije Sineeske muorre: polityk-ynkorrekte roman 2006 : De fûgel 2008 : De fûgel: audioboek, foarlêzen troch Wouter van der Wal
Verhalenbundels: 1967 : De duvel misbeteard 1970 : Myn folk, myn biminden: forhalen 1973 : Oant du dea der óp fólget 1977 : Fôi en fredeloas 1996 : In fearnhûndert ferhalen 2000 : Salang’t de beam bloeit : folksferhalen
Poëzie : 1968 : 25 fersen (efteryn De hite simmer) 1970 : Riemersma II: 26-50 1972 : Roazen ferwylje 1973 : Teksten fwar ien hear 1996 : Argewaasje fûn – argewaasje jûn
Diversen: 1977 : It koarte ferhaal yn ’e Fryske literatuer fan de tweintichste ieu 1980 : Type en talees (Un stúdzje oer it point of view) 1984 : Proza van het platteland. Een onderzoek naar normen en waarden in het grotere Friese proza van 1855-1945 (dissertaasje) 2004 : Op ’e nekke fan ’e wrâld ( In kar út de kollums fan 1992-2002) 2005 : Op de barrikaden en der by del (literêre striidskriuwerij 1965-1970) 2006 : Hoe binne de helten fallen 2007 : De kul oer it skouder
Toneel: 1970 : Elkenientsje 1986 : De skriuwer fan it doarpsbelang 1995 : Try-Out 2005 : It Feest (bewurking fan skript De Festen fan Thomas Vinterberg)
Vertalingen: 1965 : Fabriek (Fabryk) 1967 : De ondergang van Leeuwarden (Minskrotten-Rotminsken) 2002 : Na de klap (Nei de klap) 2008 : De ynternasjonale (L'Internationale van Eugène Pottier)
Prijzen: 1963 : Rely Jorritsmapriis – (ferhaal In snein) 1965 : Rely Jorritsmapriis – (ferhaal Skûmplastic) 1967 : Gysbert Japicxpriis – (roman Fabryk) 1969 : Rely Jorritsmapriis – (ferhaal In forsetsje) 1971 : Rely Jorritsmapriis – (ferhaal Miskien kom ik wer) 1972 : Rely Jorritsmapriis – (ferhaal Gjin plak foar twa) 1995 : Gysbert Japicxpriis – (roman De reade bwarre)
Tresoar © 07-01-2009
Lees hier wat anderen vinden van het werk van Trinus Riemersma of schrijf een eigen "recensie".
Meer informatie over het literaire werk van Trinus Riemersma op de Friese literatuursite van Jelle van der Meulen.
|