Michaël Zeeman overleden
  terug

Micha�l Zeeman leest voor uit eigen werk in de tuin van het FLMD, 1991

28-7-2009

“Is dit te weten dat men ouder werd
het brede water werd een hinkestap
droogt na een jeugd de Lethe uit?”

Met de benauwende werkelijkheid van deze vraag aan het einde van het gedicht ‘Marken I’ dat in zijn poëziedebuutbundel Beeldenstorm (1991) staat, werd Zeeman - te jong nog - zelf, voor wat zijn eigen leven betreft, geconfronteerd toen bij hem in mei een hersentumor geconstateerd werd die hem een paar maanden later al noodlottig zou worden. Zeeman werd 12 september 1958 op Marken geboren, maar bracht een belangrijk deel van de jaren die hem vormden in Fryslân door. Als domineeszoon kwam Michaël Zeeman in Noordoost Fryslân terecht, waar hij in Dokkum van 1970-1976 Atheneum-B deed. Als 14-jarige hielp hij al mee in boekwinkel De Tille in Leeuwarden. Zijn boekdebuut publiceerde hij reeds in 1978 toen hij bij gelegenheid van de opening van het nieuwe gebouw van die zaak aan het Ruiterskwartier het boekje It kin net, ’t moat oars (Het kan niet, het moet anders) uitbracht. In 1978 had hij ook al contact met ds. J.J. Kalma, ter ere van wie hij later met Philippus Breuker het boek Freonen om ds. J.J. Kalma hinne (Vrienden rondom ds. J.J. Kalma, 1982) redigeerde. Vanaf 1978 studeerde Michaël Zeeman filosofie in Groningen, een studie die hij niet zou afmaken. Hij bleef ook werkzaam als boekverkoper in Leeuwarden. Dat deed hij tot 1986, toen hij op verdenking van het verduisteren van boeken werd gearresteerd. De zaak tegen hem werd in 1987 geseponeerd. Inmiddels schreef hij regelmatig recensies voor de Leeuwarder Courant en NRC Handelsblad. Met journalist Geert de Vries richtte Zeeman in 1983 de Stichting Litteraire Activiteiten Leeuwarden op, een stichting die regelmatig nieuwe letterkundige talenten in Leeuwarden introduceerde. In 1984 zat Zeeman in een comité dat de 200ste geboortedag van het ‘wonder’ Elias Annes Borger uit Joure herdacht. Precies als Borger, had Zeeman op jonge leeftijd al vele gaven op cultureel en in het bijzonder op literair terrein, die maakten dat vaak gedacht werd dat hij ouder was dan hij was. Van 1987-1991 was hij stafmedewerker letteren in Rotterdam. Van 1990-2002 gaf hij colleges documentair schrijven aan de Universiteit van Amsterdam. Voor Beeldenstorm kreeg hij in 1991 de C. Buddinghprijs voor beste debuut. In dat jaar werd hij chef kunst (1991-1996) bij de Volkskrant, de krant waar hij tot aan zijn dood recensies voor schreef. De tweede gedichtenbundel Verhoudingen en een bundel verhalen Verduistering publiceerde hij in 1995. Grote bekendheid kreeg Zeeman met zijn programma ‘Zeeman met boeken’ bij de VPRO (1996-2002). Nadat hij met dat programma gestopt was, vertrok hij als ‘kunstpaus’ uit Nederland en vestigde zich in Rome. In 2005 zat Michaël Zeeman in de jury van de Gysbert Japicxprijs die dat jaar de prijs toekende aan de dichter Abe de Vries. Vanuit Rome besprak hij de wereldliteratuur, waar voor hem zo nu en dan ook Friese literatuur bij hoorde. De laatste tijd, net voor zijn overlijden, was hij weer in Rotterdam. Op 27 juli is hij daar overleden.

In de studiezaal van Tresoar kan in een vitrine werk van Zeeman bekeken worden.

De foto hierboven werd in 1991 in de tuin van het Fries Letterkundig Museum in Leeuwarden gemaakt. Hieronder het debuut van Zeeman: It kin net, ’t moat oars (1978).

Michaël Zeeman over het werk van Obe Postma. Op het filmpje hiernaast kunt u een fragment uit een documentaire van Omrop Fryslân bekijken.

Zeeman, It kin net, 't moat oars

  terug